De traditionele Chinese geneeskunde (=TCM) is een geneeskundig systeem dat al enkele duizenden jaren oud is. TCM omvat naast een eigen systeem van diagnose stellen ook verschillende therapievormen. De meest bekende hier in het westen is de acupunctuur, maar daarnaast wordt er ook gebruik gemaakt van Chinese kruiden, tuina (=massage), taijichuan (=bewegingsoefeningen) en qigong (=ademhalingsoefeningen).

In de Chinese geneeskunde draait alles om evenwicht. Gezondheid is evenwicht, volgens de Chinezen. Evenwicht is voor elk mens iets anders. Het ontstaat in samenhang met je omgeving; daar ben je immers onlosmakelijk mee verbonden. In onze Westere maatschappij is het vaak een hele klus om je evenwicht te bewaren. We worden gebombardeerd met prikkels, we hebben steeds minder tijd en we komen alsmaar verder van de natuur te staan.

De basisgedachte in de taoïstische filosofie is dat het universum een groot energieveld is. Dit noemt men de “kosmische Qi”. De vraag “Wat is Qi?” staat gelijk aan de vraag “Wat is leven?” Qi is de allesomvattende levensenergie en de oorsprong van al het leven.

Qi is de kracht achter alle lichaamsfuncties. Wanneer er een Qi tekort optreedt moeten we deze opgebruikte Qi aanvullen. Wanneer de Qi geblokkeerd is, dan moet deze weer in beweging gebracht worden, want Qi moet steeds in beweging zijn. Door Qi blijven we lichamelijk en geestelijk gezond. Het stuurt alle processen zowel in het lichaam als in de natuur, bijvoorbeeld de ademhaling, de bloedcirculatie, de vloeistofverdeling en de spijsvertering. Alles wat Qi heeft, leeft. Zonder Qi is er geen leven.

In China wordt ongeveer 65% van alle aandoeningen met Chinese kruidengeneesmiddelen behandeld. 25% wordt behandeld met acupunctuur en de resterende 10% met tuina, taijichuan en qigong.

De natuur als filosofie
De Chinese geneeskunde is geworteld in de natuur. De Chinese geneeskunde beziet jou als mens in z’n geheel, inclusief de omgeving van je dagelijkse leven. Het is een praktisch systeem dat verbanden legt die we in het westen niet kennen. Een Chinese diagnose is ook nooit uitsluitend een fysieke diagnose. Je psyche, je emoties, familiegeschiedenis, leefomstandigheden, het zijn allemaal aspecten die deel uitmaken van een Chinese diagnose.

Yin en Yang
Chinezen vertalen alles in termen van ‘yin’ en ‘yang’. Yin en yang zijn twee tegengestelde vormen van energie. Yin staat voor alles dat naar beneden en naar binnen gaat: koude, materie, rust, vocht, duisternis. Yang staat voor alles dat stijgt en naar buiten beweegt: warmte, licht, activiteit, zon. Zowel in de natuur als in je lichaam kun je de verhouding tussen yin en yang waarnemen. Als deze twee energieën in je lichaam niet in evenwicht zijn, krijg je gezondheidsproblemen. TCM heeft verschillende therapievormen die yin en yang weer in balans brengen.

Observeren is een kunst
De Chinezen zijn meesters in observeren: wat is er te zien aan een patiënt? Het evenwicht tussen yin en yang – of het gebrek daaraan – ‘toont’ zich aan de buitenkant. Alleen als je heel precies kijkt en voelt (bijvoorbeeld de pols en de tong) kun je de verstoring van het evenwicht diagnosticeren. En een behandeling starten die recht doet aan het individu. ‘Standaard’ behandelingen en recepten bestaan ook niet in TCM. Alleen een behandeling die 100% is afgestemd op het individu, kan de balans herstellen.

Chinese geneeskunde kan dan ook met recht een ‘kunst’ worden genoemd. Een kunst ook, die je letterlijk en figuurlijk, in de vingers moet krijgen. En dat vergt veel oefening in de praktijk.