Vaccineren heeft voor/nadelen

Laat ik me vaccineren of niet?  Dit is een lastige afweging. Onze persoonlijke ervaring is dat de info bij de huisarts of het consultatiebureau erg eenzijdig is.  Daarom hieronder informatie ter ondersteuning voor mensen die nog niet goed weten. Weet wel, wel of niet vaccineren is echt NIET verplicht!
Er zijn ook boeken te bestellen en er bestaat een vereniging ‘Kritisch Prikken”. Laat je vooral voorlichten, want informatie maakt dat je makkelijker een keuze kunt maken.
Boeken:
  • Vaccinaties doorgeprikt van Cisca Buis- Noor Prent- Tineke Schaper ISBN:978-90-202-0373-8
  • Ziekten en Vaccins nader bekeken NVKP  ISBN:978-90-484-1355-3
  • He dokter word wakker! Over de herfst van de westerse geneeskunde ISBN: 978-90-78596-02-8

—————————————————————————————————————————————
Vaccinaties bij kinderen: Het starten met het vaccineren op een leeftijd van 2 mnd gaat vaak goed. Maar het gaat ook te vaak niet zo goed en dan heb je vanaf dat moment een kind dat voortdurend “kwakkelt” na een vaccinatie terwijl het voorheen gezond was.
Wat we vaak zien is dat het kind na vaccinatie eczeem, astma, epilepsie, autisme, suikerziekte etc ontwikkelt. Zeker wanneer een van deze ziekten al bij vader of moeder voorkomen is de kans groter dat het vaccin dit ook losmaakt in het immuunsysteem van het kind. Er zijn onderzoeken die dit aantonen en er zijn onderzoeken die dat dan weer ontkennen. Ouders moeten daar uiteindelijk zelf een keuze in maken. Het starten op wat oudere leeftijd (liefst vanaf 9 mnd) met vaccineren heeft de voorkeur zeker wanneer het gaat om kinderen met ouders die al een chronische ziekte hebben.
Ik probeer in ieder geval de kritische kant ervan te belichten en ouder bewust te maken van de mogelijkheden, de aannames en de risicokanten van vaccins.
Over het algemeen vragen ‘kritische’ mensen zich af hoe vaak ziekten nog voorkomen in Nederland en wat de gevolgen van deze ziekten zijn. Daarnaast maken ze dan een afweging naar de gevolgen die vaccinaties kunnen hebben. De bijwerkingen die steeds meer beginnen op te vallen onder de bevolking worden door jonge ouders ook gesignaleerd. Ze vragen zich dan af welk risico groter is; het krijgen van de ziekte of het krijgen van bijwerkingen op een inenting. Bijwerkingen ontstaan vaak door de adjuvants (toegevoegde stoffen) in vaccins zoals Aluminium en kwikverbindingen, antibiotica etc. Deze worden aan het vaccin toegevoegd zodat er een betere immuniteit kan worden opgebouwd.
Ik zal proberen voor ieder vaccin apart de overwegingen kort uiteen te zetten.

Kinkhoest
: vaccin waarvan men grote vraagtekens kan stellen bij de werkzaamheid ervan, en nog steeds de meeste bijwerkingen kent binnen de DaKTP-Hib. Kinkhoest is als ziekte vooral gevaarlijk voor kinderen tot 6 mnd, omdat de longen dan nog niet voldoende ontwikkeld zijn om het slijm goed te kunnen weg hoesten en zodoende veel meer kans maken op complicaties. Daarnaast komt nog dat het vaccin 3x nodig is om enige bescherming te geven en de twijfel zeer groot is of het vaccin nog wel bescherming biedt. Dat betekent dat je dus 5 mnd bent voordat het vaccin je zou kunnen beschermen, en je dus nog 1 mnd verwijderd bent van de risicoleeftijd. Afwegend kun je je dus afvragen of je het risico van de bijwerkingen moet nemen van een vaccin dat 1 mnd extra bescherming zou kunnen geven bij een vaccin waarvan men twijfelt over de werkzaamheid. Volgens het RIVM kent Kinkhoest een milder verloop als men wel is ingeënt, maar dat durf ik te betwijfelen omdat mijn ervaring is dat juist de niet ingeënte kinderen een milder verloop kennen van Kinkhoest. (Dit heeft vaak te maken met keuzes die ouders maken hun kinderen te laten begeleiden met een aanvullende geneeswijze als bijvoorbeeld Homeopathie).

Polio
: komt sinds 1995 niet meer voor in Nederland. Europa is sinds 1998 poliovrij verklaard. Wereldwijd komt Polio nog maar op een klein aantal plekken voor. Er is geen enkele verwachting dat Polio zal terugkeren. In 1974 zag men de laatste echte polio voorvallen. Erna zijn er tot 1995 alleen maar twijfelgevallen geweest en heeft men geen klassieke Polio meer gezien. De kans om Polio te krijgen is dus vrijwel 0.

Difterie: komt ook niet meer voor in Nederland. Wereldwijd nog wel op een aantal plekken maar is vooral gevoelig voor slechte hygiëne. Bovendien is het zo dat Difterie heden ten dagen veel beter te behandelen is met de huidige medische mogelijkheden.

Tetanus
: Geeft alleen risico voor verwondingen die niet bloedend zijn en diep. Dus bijv het trappen in een oude verroeste spijker. Alle bloedende wonden die schoongemaakt worden vormen geen gevaar voor tetanus. De tetanusbacterie voelt zich het best in een zuurstofarme omgeving. Alleen dan kan hij zijn toxines afgeven aan een wond. Bloed bevat zeer veel zuurstof en zodoende spoelt de bacterie meteen mee weg en is het gevaar geweken. Bij risicovolle verwondingen kun je altijd binnen 48 uur nog een vaccin (immunoglobuline) nemen.

Hib,
Pneumococcen en Meningococcen-C : Vormen van hersenvliesontsteking veroorzaakt door een bacteriële infectie met een bacterie waarmee je normaal gesproken vertrouwd raakt binnen je eerste levensjaren. Voor Pneumokokken geldt net als bij HIB en Meningokokken dat het om zogenaamde commensale bacteriën gaat. Commensaal wil zeggen dat ze vaak in neus-en keelholtes voorkomen en alleen onder bijzondere omstandigheden met verlaagde weerstand tot ernstiger infecties kunnen leiden. De vraag is of kinderen die veelvuldig en op jonge leeftijd worden ingeënt vaker ziek worden van deze bacteriën dan niet ingeënte kinderen. Een van die weerstandsverlagende factoren is vaccinaties. Belangrijk is te zorgen voor gezonde voeding, voldoende rust en regelmaat, niet onderdrukken van koorts met paracetamol of antibiotica. Het hebben van koorts is juist de meest gezonde prikkel die het lichaam geeft op een binnentredende bacterie. Bacteriën en virussen kunnen niet tegen temperatuur hoger dan 38 gr. Onderdrukken betekent dus dat je ze mee in stand houdt en de kans geeft een ander moment toe te slaan. We kennen 33 soorten bacteriën die tot hersenvliesontsteking kunnen leiden. Het wegnemen van de ene ziekteverwekker door een vaccin wil er soms toe leiden dat een andere variant te ruimte krijgt en dat is niet direct een verbetering. Kans blijft dat na inenting van deze drie een andere bacterie je ziek maakt. Langdurig borstvoeding beschermt, ook nog een periode nadat je hiermee bent gestopt, significant tegen dergelijke infecties.
Bof, Mazelen en Rodehond: zijn allen kinderziekten die bij een kind met een gezond immuunsysteem niet tot complicaties of problemen zullen leiden. Mazelen kent een heftig verloop maar geeft zelden complicaties. Het is pittig de ziekte te krijgen maar je wordt ook echt weer beter. Het doormaken van Mazelen wordt binnen de aanvullende geneeskunde gezien als een ziekte waarmee het kind veel genetische ballast opruimt. Het inenten voor Rodehond zou gekozen worden vanuit sociale overwegingen omdat het krijgen van rode hond tijdens de eerste 4 mnd van de zwangerschap gevaarlijk kan zijn voor de vrucht. Dus om de ander te beschermen zou je kunnen kiezen voor deze vaccinatie die ook gegeven kan worden in een mono-vaccin. Van Bof gaat het verhaal de ronde dat jongetjes daar onvruchtbaar van kunnen worden. Echter dit is vrijwel onmogelijk. Omdat de Bof een ontsteking veroorzaakt die mn klierweefsel betreft raken ook een van de twee teelballen wel eens ontstoken. Dat is natuurlijk niet prettig maar leidt niet tot onvruchtbaarheid. Daarvoor zouden al beiden teelballen ontstoken moeten raken en niet herstellen op medicatie. Die kans is zeer klein.