Kinkhoest

Kinkhoest is een besmettelijke ziekte die aan het begin van de vorige eeuw vaak voorkwam en regelmatig dodelijke slachtoffers maakte. Daarom is de vaccinatie tegen deze ziekte enkele tientallen jaren geleden opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma als onderdeel van het cocktailvaccin DaKTP-Hib en DaKTP.

Tegenwoordig komt de ziekte in Nederland nog regelmatig voor. Soms wordt het dan door de arts herkend; soms niet, als het een milde besmetting is. Niemand hoeft er in principe in Nederland nog aan te overlijden: men wordt er flink ziek van, maar de zorg en kennis is aanwezig om de ziekte effectief te (bestrijden)begeleiden.

Het vaccin tegen kinkhoest kent vele bijwerkingen, variërend van mild onaangenaam tot (weinig voorkomend) zeer ernstig. Deze bijwerkingen blijven vaak onvermeld. Het succes van het vaccin in het doen verdwijnen van kinkhoest is weinig overtuigend. De NVKP vindt dat met de toegenomen medische mogelijkheden (ook aanvullend) (standaard) de noodzaak tot vaccinatie in elk geval minder acuut is geworden. Ouders dienen zich af te vragen hoe ze tegenover de ziekte, de behandeling en de vaccinatie staan.

Vaccinatie
De hoofdreden van het vroeg starten met vaccinatie, sinds 2001 met de leeftijd van twee maanden, was gebaseerd op de hoop dat hiermee het risico op kinkhoest bij baby’s voorkomen kon worden. De moeder geeft geen bescherming via placenta of borstvoeding, en de jonge baby’s lopen het meeste gevaar op complicaties. Vandaag de dag is dit gevaar echter voor de Westerse Wereld minimaal. Kinkhoest als ziektebeeld verloopt milder dan vroeger, net als bij vele andere infectieziekten het geval is.
De vaccinatie is opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma in Nederland samen met difterie, tetanus en polio en Hib in de DaKTP/Hib cocktail, die aangeboden wordt vanaf de leeftijd van twee, drie, vier en elf maanden. Pas enige tijd na de derde vaccinatie is er voldoende immuniteit volgens het Ned. Handboek voor JGZ,1996, en dan is de gevoeligste periode voor complicaties bijna voorbij.
Een herhalingsvaccinatie wordt aangeboden op de leeftijd van 4 jaar in de cocktail DaKTP. Vóór 2008 vond men een lagere hoeveelheid ziekteverwekkerstoffen voldoende voor de booster (=opfrissen van de immuniteit) in de vorm van de DTP,+ de aK, maar vanaf 2008 geeft men hetzelfde combinatievaccin aan de 4 jarigen als de baby’s krijgen (zonder de Hib-component erin). Aangezien dat vaccin meer polio, meer tetanuscomponent en veel meer difterie bevat, is de belasting voor het immuunsysteem groter. De NVKP maakt zich dan ook zorgen over het gemak waarmee dit sterkere DKTP-vaccin is ingevoerd. Het besluit heeft geen enkele onderbouwing. Ook wordt geen actief onderzoek gedaan naar sterkere reacties of bijwerkingen.

Overweging
Van kinkhoest is een kind een paar weken ‘flink ziek’. Na een ongecompliceerd verloop van de ziekte zien we echter dat het kind een sterker en levenslustiger kind blijkt dan vóór de ziekte. Dit uit zich vaak in een betere gezondheid: minder eczeem, astma, bronchitis. Vaak krijgen kinderen een betere eetlust. Dit ‘beter-in-hun-vel-zitten’ wordt door ouders, artsen, behandelaars en leerkrachten opgemerkt.
In vele landen was het optreden van ernstige bijwerkingen (Japan, Engeland, Zweden, Duitsland) ten gevolge van het toen gebruikte “helecel’ Kinkhoestvaccin een reden om de kinkhoest vaccinatie te schrappen, uit te stellen of om een a-cellulair vaccin te ontwikkelen. Dit a-cellulaire kinkhoestvaccin bevat minder toxische stoffen en minder allergenen componenten van de bacterie. Het vaccin zou minder lokale en ernstige korte-termijn bijwerkingen hebben, maar evenveel ernstige lange termijn bijwerkingen. Het RIVM verwacht minder effectiviteit ( 2004). Vanaf 2005 heeft men in Nederland het “hele-cel “Kinkhoest vaccin in de cocktail vervangen door het a-cellulaire vaccin. Men ziet sindsdien minder heftige korte-termijn bijwerkingen. In de literatuur meldt men een vermindering met een factor 4 van de acute bijwerkingen, maar de lange termijnschade is hetzelfde.